De slaapdienst

Nadat ik vannacht al een paar uur wakker had gelegen, stond ik op en zocht op het prikbord het nummer van de slaapdienst. Het stond op een van de briefjes gekrabbeld. Ik pakte mijn vaste telefoon, gooide met het veel te lange snoer dat altijd in de knoop zit nét niet mijn modem uit de kast, en belde het nummer. Ze hadden het druk, zeiden ze, maar er zou binnen een half uur iemand komen.

Ik wachten.

Ik had geluk, na vijf minuten was het mannetje er al. Hij had een grote koffer mee, die hij voortvarend op de grond neerlegde en openklapte. Er zaten grote bordkartonnen puzzelstukken in met fragmenten van afbeeldingen erop.

Je moet je nooit te opzichtig bemoeien met het werk van mannetjes die langskomen om je te helpen, maar ik wilde wel weten wat er op die afbeeldingen te zien was. Ik keek dus beleefd met een oog het mannetje aan, terwijl ik met het andere in de koffer tuurde. Het leken stukken van portretten van mijzelf te zijn, maar het zat allemaal doorelkaar.

Het mannetje haalde het bovenste puzzelstuk uit de koffer, en las een vraag voor van het labeltje dat eraan vast zat. Ik keek hem niet-begrijpend aan. Hij verontschuldigde zich, kennelijk dacht hij dat ik zijn vraag onbeschoft vond.

De methode van de slaapdienst bestond daaruit, begon hij uit te leggen, dat men de wakkerligger moest interviewen, om hem of haar zo te helpen de gedachten in de goede vorm te draperen. Bij wakkerliggers zijn de gedachten namelijk meestal in de war en dat leidt tot storingen. Als je niet oppast valt de hele binnenkamer omver en dan is de dienst de hele nacht bezig om alles weer op te ruimen. Vaak lukt dat niet eens, dan zijn ze nog niet klaar als de wekker gaat, en dan wordt het dagwerk.

Aan de grauwe teint van zijn gezicht te zien was hij vaak de klos met dat overwerk.

Het mannetje stelde zijn vraag nog eens. Het ging over wat ik wilde, in de toekomst enzo. Ik begon aan een antwoord, maar zo makkelijk was dat niet. Dus ik ging eerst eens nadenken over wat ik ook alweer wil. Ik stak mijn hoofd onder mijn kussen om me beter te kunnen concentreren.

Ik kwam er nog niet helemaal uit, maar toen ik de eerste helft van mijn antwoord wilde gaan vertellen, bleek het mannetje zelf in slaap gevallen te zijn.

Ik liet het maar zo, want ik was zelf inmiddels ook best moe geworden. Ik trok mijn dekbed weer over mijn hoofd. Ik droomde dat ik een grote kam had waarmee ik mijn gedachten uit de klit haalde. Toen ik later nog eens ging kijken, zag ik het mannetje niet meer. De koffer was ook weg.

Zondag 22 November 2009 | | Eén reactie

Stuur chocola

Sehr verehrte Damen und Herren,

Gerne moechte ich Sie komplimentieren mit Eure '88% Premier Cru'-Tafeln. Bessere Chocolade kenn' ich nicht. Ich kaufe die Tafeln schon einige Jahren, immer beim selbigen Laden: der Spar-Laden bei mir um die Ecke, in die xxxxxstraat in Amsterdam.

Nun ist es aber der Fall, dass dieser Laden seit einige Wochen aufgehoert hat diesem Produkt zu verkaufen. Ich bedaure das sehr, gleich sowie meiner Kollege, fuer wen ich regelmaessig einige dieser Tafeln mitnahm. Koennen Sie mir also bitte sagen ob es noch andere Laden gibt in Amsterdam oder Utrecht, wo es diese Tafeln gibt?

Ich wuerde mich sehr erfreuen wenn Sie mich aushelfen koennten.

Vielen Dank,
Verirrte Gans

Dinsdag 17 November 2009 | | Twee reacties

De ziel toogde

De ziel toogde lange tijd, maar laatst sliep ze weer in een groot mooi huis, in een lege kamer, zo op de houten planken. Vroeg in de ochtend werd ze wakker en stond op om uit het raam te kijken. Buiten liep een groep kariboes stil door de sneeuw over de bevroren rivier. Eentje liep vlak langs het raam. Ze maakte geluid, de kariboe schrok en keerde om. En toen waren er prachtige witte tijgers en die gingen achter de kariboes aan, en één tijger sprong en klauwde en beet. De kariboe wankelde.

Maandag 26 Oktober 2009 | | Geen reacties

Over de brug (1)

De brug kwam steeds dichterbij. Het leek alsof iemand er op inzoomde met mijn ogen als camera. De Kerkstraat lag al grotendeels achter me, rammelend over de hobbels en deuken in het wegdek was ik daar doorheen gefietst. Nu kwam de kruising met de donkere kant van de Amstel, waar het zo onduidelijk is of je voorrang moet geven en waar je alvast de paaltjes moet uitkiezen om tussendoor te rijden, de brug op. De brug lonkte naar me met haar witte houten ophaalconstructie die fel oplichtte in de zon. Zoals altijd wilde ze dat ik mijn hoofd zou verliezen en zonder links of rechts te kijken naar haar toe zou stormen om me in haar armen te storten, om te zwelgen in de weidsheid van de rivier, de geur van het water, de vrije lucht, zachtjes kermend van genoegen na de tocht door die beklemmende Kerkstraat met zijn strakke huizenrijen als reusachtige oogkleppen, die je hoofd in een richting dwingen, vastklemmen in hun koudvochtige stenen greep.

 

Er kwam niets aan, het kruispunt was vrij. Alleen een voetganger liep over de weg, weg van het kruispunt, richting de Keizersgracht. Ik liet mijn fiets de weg over rollen, tussen de paaltjes door, en trapte daarna loom en zwaar mijn trappers weer naar beneden. Ik ben een ongeduldige fietser, maar op de brug raak ik altijd al mijn haast kwijt. Op de brug word ik een zwemmer, een hangglider, een zeepbel. Op de brug tikt de tijd niet, als een zonwarme golf in een koude veenplas ligt zij bewegingloos uitgestrekt. Laat zich door de benen van passanten licht opwarrelen, kust hun bleke huid. Hervindt zich dan weer in de warmte van haar halfslaap.

 

Mijn gedachten spoelden weg, mijn fiets kwam tot stilstand. Net voor ik om zou vallen pakte ik de leuning van de brug beet en staarde zuidwaarts, naar de sluizen, naar Carré en het Amstelhotel en naar het knipperlichtje van de Rembrandttoren in de verte. Het was woensdagmiddag. Oktober alweer. De stad was vreemd stil. De lucht was ijl en tintelend, het leek alsof de dag pas net was begonnen.

Woensdag 14 Oktober 2009 | | Eén reactie

Korte introductie van Buurmann W.

Ik maakte me zorgen over de andere buurman. Buurmann W. beloofde actie te ondernemen: "Ik ga hem zo bellen. Eens even kijken hoe de vlag in de steel hangt."

Zondag 28 Juni 2009 | | Geen reacties

Korte introductie van Buurfrau I.

Buurmann en buurfrau waren komen luisteren naar de Mariavespers in Amersfoort. Buurfrau opgewekt: "Wat is het doch een mooie taal, dat Latijn". Buurman en ik staarden haar aan, ietwat van ons stuk gebracht.
"Dat klinkt bijna alsof je het vloeiend spreekt", vond ik ten slotte. "Ja ja, natuurlijk!" woof ze mijn opmerking achteloos weg, "Errare humanum est und so".

Zaterdag 13 Juni 2009 | | Twee reacties

Wat S. mij op het terras vertelde

"Vannacht moest ik mijn hond inpakken in zilverpapier. Ik weet niet meer waarom, maar het had met het klimaat te maken"

Donderdag 04 Juni 2009 | | Eén reactie

Naj

Met de boot kwamen we aan bij de punt van het eiland. De zon gloeide, het was droog en heet. Er stonden bosjes met naaldbomen. We moesten naar Naj, een dorpje verderop. De bewoners van Naj hebben een visnet dat precies over het dorp gelegd kan worden, zo groot is het en met ook precies dezelfde vorm. Met dat net gaan ze altijd vissen in zee, zodat het hele dorp genoeg te eten heeft.

We raakten de weg kwijt en klopten ergens aan om de weg te vragen. Een kleine vrouw met grijs haar en een bruinverbrand, gerimpeld gezicht deed open. Het was moeder Martha, die tien talen spreekt. Ze begon eerst in het Russisch, wat ik moeilijk kon volgen. Toen ze dat merkte, schakelde ze gelukkig over op het Nederlands.

 

We mochten bij Martha het internet op om met Googlemaps Streetview te zien hoe we moesten lopen. Ze had ook een gewone kaart, en met de kaart naast de computer keken we hoe de route er uitzag. Je kon met de Streetview goed zien dat sommige straten, ook de grote doorgaande weg, halverwege ineens opgebroken waren, met grote vrachtwagens die de doorgang blokkeerden. Barse Grieken stonden klaar om iedereen die hun niet aanstond tegen te houden.

 

Moeder Martha legde uit: de straat waaraan haar huisje lag was vernoemd naar een Italiaanse politicus die hier een partij had opgericht. Dat mocht eerst niet, maar toen het gelukt was, stemde bijna het hele dorp op hem. De rest van het eiland was Grieks, en nu waren er gemene vetes en conflicten tussen de dorpen.

 

We bedankten Martha en gingen op weg naar Naj. De weg klopte helemaal met googlemaps. Onderweg zagen we kinderen die naar ons zwaaiden. Ze herkenden ons nog van net, toen we met Googlemaps streetview door hun straat waren gekomen.

Maandag 18 Mei 2009 | | Twee reacties