Korte introductie van Buurfrau I.
Buurmann en buurfrau waren komen luisteren naar de Mariavespers in Amersfoort. Buurfrau opgewekt: "Wat is het doch een mooie taal, dat Latijn". Buurman en ik staarden haar aan, ietwat van ons stuk gebracht.
"Dat klinkt bijna alsof je het vloeiend spreekt", vond ik ten slotte. "Ja ja, natuurlijk!" woof ze mijn opmerking achteloos weg, "Errare humanum est und so".
twee reacties
Mijn vader (Sanskrietist) ontmoette op congressen weleens mensen met wie hij geen enkele levende taal gemeen had. Hongaren enzo, dit was voor de val van de muur. En bij zeker twee van die gelegenheden vond het gesprek dan in het Latijn plaats. Veel Indologen zijn classicus van origine, ik gok dat het wellicht niet vloeiend maar grotendeels grammaticaal correct was wat er werd gezegd.
Maar goed, specialisten onder elkaar, het heeft meer met slimheid dan met domheid te maken.
Ooit wisselde ik van school, van het Barlaeus naar het Berlage (tweetalig VWO).
Er was daar een leraar (mr. Holmes) die de klas Latijnse woordjes liet opdreunen en zelfs zover ging dat wij onderling korte gesprekjes “in het Latijn” moesten voeren.
Hij dacht werkelijk dat hij in staat was om ons Latijn te leren spreken. De andere kinderen in mijn klas (die nooit op een gymnasium hadden gezeten) waren zich er niet van bewust dat zoiets niet mogelijk is. Ik was, door mijn slechte relatie met die leraar, niet in staat om hem te overtuigen van zijn ongelijk en heb geweigerd deel te nemen.
Helaas was dat niet mijn eerste noch mijn laatste confrontatie met domheid.