Met de boot kwamen we aan bij de punt van het eiland. De zon gloeide, het was droog en heet. Er stonden bosjes met naaldbomen. We moesten naar Naj, een dorpje verderop. De bewoners van Naj hebben een visnet dat precies over het dorp gelegd kan worden, zo groot is het en met ook precies dezelfde vorm. Met dat net gaan ze altijd vissen in zee, zodat het hele dorp genoeg te eten heeft.
We raakten de weg kwijt en klopten ergens aan om de weg te vragen. Een kleine vrouw met grijs haar en een bruinverbrand, gerimpeld gezicht deed open. Het was moeder Martha, die tien talen spreekt. Ze begon eerst in het Russisch, wat ik moeilijk kon volgen. Toen ze dat merkte, schakelde ze gelukkig over op het Nederlands.
We mochten bij Martha het internet op om met Googlemaps Streetview te zien hoe we moesten lopen. Ze had ook een gewone kaart, en met de kaart naast de computer keken we hoe de route er uitzag. Je kon met de Streetview goed zien dat sommige straten, ook de grote doorgaande weg, halverwege ineens opgebroken waren, met grote vrachtwagens die de doorgang blokkeerden. Barse Grieken stonden klaar om iedereen die hun niet aanstond tegen te houden.
Moeder Martha legde uit: de straat waaraan haar huisje lag was vernoemd naar een Italiaanse politicus die hier een partij had opgericht. Dat mocht eerst niet, maar toen het gelukt was, stemde bijna het hele dorp op hem. De rest van het eiland was Grieks, en nu waren er gemene vetes en conflicten tussen de dorpen.
We bedankten Martha en gingen op weg naar Naj. De weg klopte helemaal met googlemaps. Onderweg zagen we kinderen die naar ons zwaaiden. Ze herkenden ons nog van net, toen we met Googlemaps streetview door hun straat waren gekomen.
“De Europese leiders hadden besloten dat ze iets groots moesten doen om de mensen te troosten. Er was immers crisis. Ze kwamen overeen dat heel Duitsland voortaan één natuurgebied zou zijn. En zo gebeurde het ook. Vanaf dat moment was Duitsland helemaal leeg: een grote savanne met van hitte trillende lucht en bomen die meer horizontaal dan verticaal groeien. Her en der waren er heuvels met daarop een groot Duits landhuis en een Biergarten, waar de mensen vrolijk bier dronken en genoten van het landschap.
Op de savanne leefden olifanten, en daarbij was er een probleem: die stapten wel eens in een egel. Dan kregen ze stekels in hun poot. Voor mijn nieuwe baan had ik een brommertje gekregen, en op dat brommertje reed ik door heel Duitsland om de olifanten op te zoeken die in een egel waren gestapt. Ik had een tas bij me met een pincet en nog wat spullen, en ik had gebarentaal geleerd. De olifanten konden natuurlijk niet praten, maar gebarentaal begrepen ze wel. Zo kon ik ze vertellen dat ik kwam voor de stekels in hun poot. Ik legde uit hoe ze moesten liggen: met hun poot op mijn tafeltje, zodat ik er goed bij kon. Dat deden ze, en zo hielp ik de olifanten van hun stekels af.“
De zalige tijdloosheid van de vrije dagen was voorbij en ik zat op Het Kantoor met het knagende gevoel dat ik iets was vergeten. De afgelopen dagen had ik naar dwarrelend iepenzaad zitten staren, nu staarde ik naar de achterkant van een jaren '70 gebouw. Een gebouw waar de ramen niet open kunnen en mensen toch zonder zuurstofpak achter het glas hun eten opeten in de kantine. Bovenop het gebouw staat een soort grote grijze doos. Ik denk dat het luchtverversingsysteem daar in zit. Wat er ook in zit, zijn de sirenes voor de eerste maandag van de maand. Maandag was ik er niet. Maar de sirenes waren er ook niet, in de hele stad niet. Geen sirene gehoord. En toch was het de eerste van de maand. Internet zegt dat dat is vanwege herdenkingsdag. 'Anders lijkt het te veel op de sirenes van toen de Duitsers kwamen', zegt iemand op een forum. Maar volgende maandag halen ze het niet in. En op pinkstermaandag, de eerste maandag in juni, blijven de sirenes ook stil. Dat is ook niet motiverend.
* met dank aan Ton voor de titel
"(...) Wat had dat mens zo hard te roepen, in alle vroegte, terwijl hij nog bijna sliep? Goed, hij had haar een boek beloofd. Het enige waarvoor ze in aanmerking kwam, was een roman. Van romans werd overigens geen enkele geest vet. Het genot dat ze mogelijk verschaffen, wordt duur betaald: ze ondermijnen de beste karakters. Men leert zich erdoor in de geest van andere mensen verplaatsen. Zo krijgt men de smaak voor steeds iets anders te pakken. Iemands eigen geest lost zich op in die van de figuren die hem bevallen. Ieder standpunt wordt begrijpelijk. Gewillig geeft men zich over aan het najagen van andermans doelwit en verliest men zijn eigen doelwit uit het oog. Romans zijn wiggen welke iemand die toneel speelt met zijn pen in de gesloten persoonlijkheid van zijn lezer drijft. Hoe beter hij de grootte van de wig en de kracht van de weerstand daartegen berekent, hoe gespletener hij de geest van zijn slachtoffer achterlaat. Romans zouden van staatswege verboden moeten zijn."
(Aldus meneer Kien uit Het Martyrium van Elias Canetti)
(dit stukje heeft niets met koninginnedag te maken)
Ik vroeg me al een tijdje af waar de boten naartoe gaan die ik altijd voorbij mijn huis zie varen. Van de boten die naar rechts gaan, hoef ik het niet uit te zoeken: die gaan de Nieuwe Herengracht in, door naar het IJ en daar ligt de wereld voor hen open. Maar de linksvarende boten, dat is een ander verhaal. Die lijken onderweg ergens op te lossen. Tenminste: op mijn fietstochtjes naar Ouderkerk ontwaar ik in de Amstel beduidend minder boten dan bij mij voor huis. Maar op de kaart zie ik geen andere vaarweg dan de Amstel. Is er een geheime afslag? Duiken ze soms onder?
Gisteren had ik er genoeg van. Tegen een uur of drie zag ik weer zo'n gluiperd voorbij varen die dacht dat niemand oplette. Ik ben op de fiets gesprongen en heb hem, heel onopvallend, gevolgd. Ter hoogte van het Amstelstation viel hij een paar roeiers lastig, waarna hij zich snel verwijderde, de bocht in de rivier volgend. Listig, want ik bevond me in de buitenbocht en moest langs allerlei obstakels fietsen, zodat ik hem uit het oog verloor. Tot mijn geluk zag ik echter nog zijn kielzog. Het stond dwars op de rivier en wees naar links.
Er was dus inderdaad een geheime afslag. Een breed rak, maar op de pijlers van de fietsbrug die er overheen loopt, staat achteloos aangegeven dat het een 'doodlopende' vaart betreft. Doodlopend, mijn neus. Na de brug nam ik een scherpe bocht en reed het fietspad in dat langs de gebouwen voerde die aan de vaart gelegen waren. Tussendoor kon ik af en toe een glimp van de boot opvangen. Ik bevond mij op onbekend terrein. Ik reed langs een gebouw van PCM, onder het spoor van de metro door, onder de A10 door, en drong aldus steeds dieper binnen in de contreien van de Danmaris, want zo heette de boot. Nog even en ik zou hem hebben!
Maar juist toen ik hierover in een opgewonden stemming begon te raken, liep de vaart dood. Dus toch! Maar wat was die boot dan van plan? Ik reed een grasveldje op (uit mijn ooghoeken zag ik wat schimmige figuren wegrennen en in de bosjes verdwijnen) en keek toe hoe de Danmaris mij langzaam naderde. De boot lag vrij hoog in het water, maar verbeeldde ik het me, of zag ik hem nu wat dieper het water in zakken? Zou hier dan onder het wateroppervlak de geheime tunnel zijn waarvan ik het bestaan al had vermoed?
Maar nee, of de schipper had me in de gaten, of ik had het mis. De boot remde af, ging langszij liggen en legde aan bij het grote gele gebouw dat de boot nu voor het grootste deel aan mijn zicht onttrok. 'Beamix' stond er op. Ik bleef nog een tijd achter de bosjes wachten, maar er gebeurde niets meer, de boot bleef op zijn plek liggen.
Ik heb het even opgezocht: Beamix maakt deel uit van Maxit Benelux, een producent en leverancier van prefab mortelproducten. Wist u dat? Dat soort bedrijven kan dus hier in Nederland gewoon zijn gang gaan! Geen haan die er naar kraait.
|
|